Railbaan/Monorail
Railbaan of monorail
Verbindingselementen tussen het zitje en de loopkat
Zitjes
Nieuw normdeel 2008, Overhead track ride
Een baan waarbij kinderen voortbewegen door eigen kracht, langs een stijve horizontale of hellende rail boven hun hoofd. Er is een startsectie waar de gebruiker zijn ‘zitje’ kan bereiken en in beweging kan zetten. Railbanen moeten voldoen aan de eisen voor kabelbanen, tenzij hier anders aangegeven:
- De loopkat moet altijd binnen de baan blijven, d.m.v. eindstoppers.
- Er mag maar 1 loopkat per baan zijn.
- De loopkat moet tijdens het gebruik beschermen tegen vingerbeknelling in de rail.
- De eindstopper (bij start of finish) moet van energieabsorberend materiaal zijn en minimaal 122cm voor de achterafscheiding geplaatst zijn, of op een afstand van min 75% van de lengte van het verbindingselement.
- De maximum snelheid van de loopkat is 7m/s, getest volgens 1167-4
- Vertikale afscheidingen moeten aanwezig zijn langs de hele baan.
- Tussen parallel lopende railbanen moet een afscherming geplaatst zijn, van materiaal dat voldoet aan de beknellingseisen.
- De vrije ruimte aan beide kanten van de baan moet minimaal 122 cm zijn.
- De opvangzone moet vrij zijn van objecten die letsel kunnen veroorzaken.
- De valdemping moet aan de eisen voor schokdemping voldoen voor een valhoogte van 1m.
Verbindingselementen tussen het zitje en de loopkat
- Verbindingselementen moeten voldoende houvast bieden (touwen moeten tussen de 16 en 45 mm dik zijn).
- Verbindingselementen mogen geen gesloten lus vormen
Zitjes
- De gebruiker moet op ieder moment van het zitje af kunnen stappen
- Zitjes moeten van schokabsorberend materiaal gemaakt zijn of daarmee bekleed zijn.
- Zitjes mogen niet gemaakt zijn in de vorm van hoepels of lussen.