Risicogroepen
Voor jonge kinderen tot en met vier jaar oud is verdrinking de belangrijkste oorzaak voor dodelijke ongevallen. Binnen deze risicogroep zijn 2 doelgroepen te onderscheiden: de zeer jonge kinderen tot 4 jaar en de iets oudere kinderen van 4 tot 8 jaar. Deze twee groepen stellen verschillende eisen aan de omgeving.
Kinderen 4-8 jaar
Kinderen tussen 4 en 8 jaar oud hebben een beter idee van de gevaren van water. Vaak hebben ze leren zwemmen of weten ze van school of van hun ouders dat water gevaarlijk kan zijn. Bij het beveiligen van oppervlaktewater hoeft de nadruk niet zo zeer te liggen op het voorkomen dat ze op de een of andere wijze bij de waterkant kunnen komen, dit zou gezien hun actieradius (fiets!) en hun motorische vaardigheden (klimmen) ook zeer moeilijk zijn. Als deze kinderen graag bij het water willen komen, zal hen dat uiteindelijk altijd lukken.
Bij deze groep kinderen moeten we voorkomen dat ze ongewild in het water terecht komen, bijvoorbeeld bij scherpe bochten in paden. Ook moeten ze in staat worden gesteld om zelfstandig uit het water te komen. Dit laatste uitgangspunt stelt bijvoorbeeld eisen aan de diepte van het water langs de rand, en aan het hoogteverschil tussen water en land.
Kinderen 0-4 jaar
Bij deze groep kinderen is het van belang te voorkomen dat zij onbedoeld in het water terechtkomen. Deze kinderen kunnen namelijk niet zelfstandig uit het water komen. Kinderen tot 4 jaar spelen in de directe omgeving van hun eigen huis of het huis waar ze op bezoek zijn. Het is belangrijk prioriteit te geven aan deze groep als het oppervlaktewater binnen een straat van 100 meter van woonhuizen ligt. Andere redenen om extra aandacht te besteden aan deze groep zijn:
- Hier vallen de meeste slachtoffers en ze kunnen ook in erg ondiep water verdrinken. Dit heeft te maken met de ontwikkelingsfase waarin ze dan verkeren en waarbij alles in de omgeving wordt onderzocht zonder dat deze kinderen de gevaren hiervan in kunnen zien. Hun motorische vaardigheden zijn vaak nog slecht ontwikkeld waardoor ze zich bijvoorbeeld minder goed kunnen inhouden wanneer ze van een talud naar beneden rennen;
- Men kan bij deze groep kinderen de veiligheid slecht beïnvloeden door gedragsverandering. Waarschuwen voor de gevaren van water heeft nog weinig zin, omdat ze die nog niet inzien en onthouden, laat staan dat ze het toepassen wanneer bijvoorbeeld een bal in het water rolt;
- Het is nog relatief makkelijk te voorkomen dat deze kinderen ongewild in het water terechtkomen. Deze jonge kinderen zijn vaak nog onder begeleiding van hun ouders en hebben nog niet zo'n grote actieradius. Daarnaast kunnen deze kinderen nog niet zo goed klimmen. Goed gekozen afscheidingen kunnen deze kinderen tegenhouden.
Kinderen 4-8 jaar
Kinderen tussen 4 en 8 jaar oud hebben een beter idee van de gevaren van water. Vaak hebben ze leren zwemmen of weten ze van school of van hun ouders dat water gevaarlijk kan zijn. Bij het beveiligen van oppervlaktewater hoeft de nadruk niet zo zeer te liggen op het voorkomen dat ze op de een of andere wijze bij de waterkant kunnen komen, dit zou gezien hun actieradius (fiets!) en hun motorische vaardigheden (klimmen) ook zeer moeilijk zijn. Als deze kinderen graag bij het water willen komen, zal hen dat uiteindelijk altijd lukken.
Bij deze groep kinderen moeten we voorkomen dat ze ongewild in het water terecht komen, bijvoorbeeld bij scherpe bochten in paden. Ook moeten ze in staat worden gesteld om zelfstandig uit het water te komen. Dit laatste uitgangspunt stelt bijvoorbeeld eisen aan de diepte van het water langs de rand, en aan het hoogteverschil tussen water en land.