Alles over Spelen Vingers
Vingers
Het toestel behoort zo te zijn gebouwd dat gevaarlijke vingerbeknellingen niet kunnen voorkomen. Deze gevaarlijke beknellingen zijn:
  • spleten waarin de vingers bekneld kunnen raken terwijl de rest van het lichaam beweegt of onvrijwillig verder wordt bewogen, bijvoorbeeld door glijden, schommelen of vallen;
  • buizen met open uiteinde;
  • veranderlijke spleten (uitgezonderd kettingen)



Buizen met open uiteinde

Mogelijkheden om beklemming van vingers te voorkomen
Bron: Handboek veiligheid van speelgelegenheden

Vermijden
  • In toestellen waarin de gebruiker een gedwongen beweging maakt die na het inzetten niet gestopt kan worden, mogen in de vrije ruimte tot 1200 mm hoogte geen gaten voorkomen tussen de 8 mm en 25 mm. Grotere gaten mogen wel, alleen als daarachter geen gaten zitten waar de vingers alsnog in bekneld kunnen raken. De vrije ruimte is de ruimte die een gebruiker in kan nemen bij het gebruik van een toestel waar sprake is van een gedwongen beweging zoals schommelen, wippen of glijden. Zie ook onder botsen.
  • De uiteinden van buizen met een binnendiameter kleiner dan 25 mm moeten worden afgedopt om het gevaar voor vingerbeknelling te voorkomen. De afsluitingen mogen niet te verwijderen zijn zonder werktuigen.
  • Spleten waarvan de afmetingen veranderen tijdens het gebruik van het toestel, moeten op elke plaats een minimumafmeting van 12 mm hebben.
  • Kettingen mogen openingen hebben van 8,6 mm. Alleen op de plaats waar kettingen samenkomen mag deze opening kleiner zijn dan 8,6 mm of groter dan 12mm.


Bron: Handboek veiligheid van speelgelegenheden

Wijziging vingerbeknelling:
Normwijziging sinds 2008 voor vingerbeknelling, kijk ook bij het overzicht van de belangrijkste normwijzigingen.
In de oude norm (1997) is de hoogte waarboven vingerbeknelling gemeten moet worden 1,20 meter, in de nieuwe norm (2008) is dit 1 meter.
Zoeken
zoek